Index panelen (Algemeen, deel 2)

P10 - Personeel van NLR P15 - NLL 1945-1961
P11 - RSL - Hoe het begon P16 - NLR 1961-1969
P12 - Activiteiten van de RSL P17 - NLR 1969-1996 (1)
P13 - Paneel niet in gebruik geweest  P18 - NLR 1969-1996 (2)
P14 - NLL 1937-1945  

Paneel 10 - Personeel van NLR

Medewerkers in de centrale hal van het hoofdgebouw in Amsterdam, 1992.

Paneel 10 - Medewerkers in de centrale hal van het hoofdgebouw in Amsterdam, 1992

Open dag in Amsterdam.

Paneel 10 - Open dag in Amsterdam

Open dag in Amsterdam.

Paneel 10 - Open dag in Amsterdam

Een klein deel van het personeel van het NLR in 2006.

Paneel 10 - De huidige expositieruimte in gebruik als bedrijfsrestaurant (1985 – 2006)

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 11 - RSL - Hoe het begon

Prof. L.A. van Royen, voorzitter van het Munitiebureau van het Ministerie van Oorlog, stelde op 17 november 1917 aan de Ministers van Oorlog, Marine en Koloniën voor om een instituut op te richten voor het doen van studies op het gebied van de luchtvaart.

Paneel 11 - Prof. L.A. van Royen, oprichten instituut

Het defensiebudget over het kalenderjaar 1918 vermeldde een bedrag van ƒ 40.000 voor het nieuwe instituut. Dr. Ir. E.B. Wolff werd op 15 april 1918 officieel benoemd tot Directeur van de RSL, maar hij was toen al enige tijd bezig met het ontwerpen van het laboratorium.

Paneel 11 - Dr. Ir. E.B. Wolff op 15 april 1918 officieel benoemd tot Directeur van de RSL

Op zaterdag 5 april 1919 werd het nieuwe laboratorium van de RSL officieel geopend in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Overheid, de Krijgsmacht, de Industrie en de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL).

Paneel 11 - Op zaterdag 5 april 1919 werd het nieuwe laboratorium van de RSL officieel geopend

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 12 - Activiteiten van de RSL

Inlaatstuk van de windtunnel van de RSL.

Paneel 12 - Inlaatstuk van de windtunnel van de RSL

Indeling RSL begane grond.

Paneel 12 - Indeling RSL begane grond

Fokker F.II windtunnelmodel.

Paneel 12 - Fokker F.II windtunnelmodel

Chemisch laboratorium RSL.

Paneel 12 - Chemisch laboratorium RSL

Motorproefstand van de RSL in opbouw.

Paneel 12 - Motorproefstand van de RSL in opbouw

Meetplaats Eiffel windtunnel.

Paneel 12 - Meetplaats Eiffel windtunnel

Materialenlaboratorium RSL.

Paneel 12 - Materialenlaboratorium RSL

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 14 - NLL 1937-1945

Na een proefvlucht met de Fokker G-1, 30 maart 1939.

Paneel 14 - Na een proefvlucht met de Fokker G-1, 30 maart 1939

Prestatiemetingen met de Fokker G-1.

Paneel 14 - Prestatiemetingen met de Fokker G-1

De zogenaamde rekenmeisjes, die met eenvoudige rekenmachines berekeningen uitvoerden (1945-1955).

Paneel 14 - De zogenaamde. Rekenmeisjes, die met eenvoudige rekenmachines berekeningen uitvoerden (1945-1955)

De Vliegtuigenafdeling aan het werk tijdens WO II.

Paneel 14 - De Vliegtuigenafdeling aan het werk tijdens WO II

Het mechanisch lab.

Paneel 14 - Het mechanisch lab

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 15 - NLL 1945-1961

Bouw van de transsone windtunnel HST.

Paneel 15 - Bouw van de transsone windtunnel HST

Model in de lage-snelheidstunnel LST.

Paneel 15 - Model in de lage-snelheidstunnel LST

Rotorproefstand in de Noordoostpolder.

Paneel 15 - Rotorproefstand in de Noordoostpolder

Vermoeiingsproef op een Fokker F27 vleugel.

Paneel 15 - Vermoeiingsproef op een Fokker F27 vleugel

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 16 - NLR 1961-1969

De X-1 digitale computer in gebruik genomen in 1962 voor de verwerking van meetresultaten.

Paneel 16 - De X-1 digitale computer in gebruik genomen in 1962 voor de verwerking van meetresultaten.

Model van de Fokker F28 in de lage-snelheidstunnel LST.

Paneel 16 - Model van de Fokker F28 in de lage-snelheidstunnel LST

Het laboratoriumvliegtuig, Fokker S.14.1 Machtrainer, PH-XIV.

Paneel 16 - Het laboratoriumvliegtuig, Fokker S.14

Start- en landingsmetingen.

Paneel 16 - Start- en landingsmetingen

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 17 - NLR 1969-1996 (1)

Ware-grootte vermoeiingsproef op de staartvlakken Fokker 100.

Paneel 17 - Ware-grootte vermoeiingsproef op de staartvlakken Fokker 100

Proeven in de 'waterbak' met de Fokker 50.

Paneel 17 - Proeven in de 'waterbak' met de Fokker 50

Model van de Airbus 380-800 in de Duits-Nederlandse Windtunnel (DNW).

Paneel 17 - Model van de Airbus 380-800 in de Duits-Nederlandse Windtunnel (DNW)

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 18 - NLR 1969-1996 (2)

Fokker 100 prototype boven de Noordzee.

Paneel 18 - Fokker 100 prototype boven de Noordzee

Metingen aan de prestaties van de staartrotor van de Lynx.

Paneel 18 - Metingen aan de prestaties van de staartrotor van de Lynx

Proeven met het laboratoriumvliegtuig Cessna Citation II PH-LAB.

Paneel 18 - Proeven met het laboratoriumvliegtuig Cessna Citation II PH-LAB

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum

Index panelen (Constructies en materialen)

P33 - Sterkte en stijfheid vliegtuigconstructies  P39 - Schade- en ongevallenonderzoek
P34 - Overzicht van vermoeiingsonderzoek  P40 - Composietmaterialen en
-constructies
P35 - Vermoeiingsproeven  P41 - Composiettechnologie
P36 - Overzicht load monitoring apparatuur  P42 - Ontwikkeling van vliegtuigmaterialen
P37 - Beproeving proefstukken en
constructieve details
 P43 - Onderzoek van motormaterialen
P38 - Levensduurbewaking  

Paneel 33 - Sterkte en stijfheid van vliegtuigconstructies

De Sterkte Afdeling bestaat al direct vanaf de oprichting van de RSL. Deze voert voornamelijk controles uit op de sterkte en de stijfheid van de vliegtuigconstructie, controleert de sterkte berekeningen en voert statische belastingsproeven uit.

Paneel 33 - De Sterkte Afdeling

In het kader van certificatie worden proeven op constructiedelen op ware grootte uitgevoerd.

Foto: statische sterkteproef op vleugel F-28 in twee belastingscondities.

Paneel 33 - Statische sterkteproef op vleugel F-28 in twee belastingscondities

Statische sterkteproef m.b.v. zandzakken op vleugel van Fokker F.III.

Paneel 33 - Statische sterkteproef m.b.v. zandzakken op vleugel van Fokker F.III

De veelal dunwandige en hoogbelaste vliegtuigconstructies hebben de neiging onder druk- of schuifbelasting uit te knikken.

Foto: knikproef op verstijfd vleugelpaneel.

Paneel 33 - Knikproef op verstijfd vleugelpaneel

Afschuifproef op romppaneel.

Paneel 33 - Afschuifproef op romppaneel

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 34 - Overzicht van vermoeiingsonderzoek

Historische achtergrond (~1954): vermoeiingsbreuk in romp van een De Havilland DH.106 Comet 1.

Paneel 34 - Vermoeiingsbreuk in romp van De Havilland Comet 1

Breukvlakonderzoek

Elektronenmicroscoop TEM Philips EM 75 (zie ook paneel 39).

Paneel 34 - Breukvlakonderzoek: elektronenmicroscoop TEM Philips EM 75

Meting van operationele belastingen

Inbouwapparatuur Fokker 100 (zie ook paneel 36).

Paneel 34 - Meting van operationele belastingen: inbouwapparatuur Fokker 100

Vliegtuigontwikkeling

(Vergelijkende) proeven op constructieve details:
breuk in een GLARE lapnaad.

Paneel 34 - Vliegtuigontwikkeling: (vergelijkende) proeven op constructieve details; breuk in een GLARE lapnaad

Levensduurbewaking

Meting, interpretatie en evaluatie van operationele belastingervaring:
FACE (Fatigue Analyser & Air Combat Evaluation) systeem ingebouwd in F-16 (oranje apparatuur en bekabeling in onderste foto)
(zie ook paneel 38).

Paneel 34 - Levensduurbewaking: meting, interpretatie en evaluatie van operationele belastingervaring; FACE (Fatigue Analyser & Air Combat Evaluation) systeem ingebouwd in F-16

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 35 - Vermoeiingsproeven

Vermoeiingsproeven op onderhuid van vleugel Fokker F27.

Paneel 35 - Vermoeiingsproeven op onderhuid van vleugel Fokker F27

Vermoeiingsproeven op Fokker F28 vleugel.

Paneel 35 - Vermoeiingsproeven op Fokker F28 vleugel

Vermoeiingsproef op een romppaneel van GLARE (GLAss REinforced Aluminum).

Paneel 35 - Vermoeiingsproef op een romppaneel van GLARE

Vermoeiingsproeven op de staart van de Fokker 100.

Paneel 35 - Vermoeiingsproeven op de staart van de Fokker 100

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 36 - Overzicht load monitoring apparatuur

  Paneel 36 - Vitrine 'Overzicht load monitoring apparatuur'

Registratie en analyse van de belasting op vliegtuigonderdelen tijdens een operationele vlucht leveren gegevens voor het onderzoek naar de vermoeidheid van metalen en structuren. Hierbij worden proefstukken en constructieve details onderworpen aan belastingen zoals die in de praktijk voorkomen. De NLR activiteiten op dit gebied begonnen in de jaren 1930 tijdens de pioniersvluchten van de DC-2 en DC-3 van de KLM naar Batavia (Jakarta). Belastingsmetingen tijdens de vlucht worden door het NLR uitgevoerd ten behoeve van:
1. verzamelen van belastingsgegevens voor toekomstige ontwerpen (voorbeeld: vleugelbelasting Boeing 747 van de KLM omstreeks 1978);
2. de verificatie van ontwerpaannamen (voorbeeld: vleugelbelasting van de Fokker F27 omstreeks 1959 en de latere staartlastmetingen van de Fokker 100);
3. levensduurbewaking van militaire vliegtuigen (voorbeelden: F-104, NF-5, F-16 en P-3C Orion).

Op het tekstbord in vitrine staat: Belastingen op vliegtuigonderdelen of proefstukken worden gemeten en geregistreerd met de Mechanical Strain Recorder (MSR). De cassettes van de MSR worden uitgelezen, waarna de gemeten signalen worden geanalyseerd.
De MSR aan boord van de F-16 van de Koninklijke Luchtmacht wordt in 1990 vervangen door de 1-kanaals Spectrapot, een elektronisch meetinstrument waarmee al tijdens de vlucht het geregistreerde signaal kan worden geanalyseerd.

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 37 - Beproeving van proefstukken en constructieve details

Vanaf het begin van de oprichting van de RSL in 1919 werden veel proeven uitgevoerd om de weerstand tegen vermoeiing door draaibuiging als gevolg van trillingen te bepalen. Het afgebeelde vermoeiingsbankje uit de RSL-tijd was te zien op de tweede verdieping.

Paneel 37 - Proeven uitgevoerd om de weerstand tegen vermoeiing door draaibuiging als gevolg van trillingen te bepalen

De Amsler vibrafoor werkt volgens het resonantie-principe en maakt hoge beproevingsfrequenties mogelijk. De machine is daarom zeer geschikt om een korte tijd een groot aantal basis-vermoeiingsgegevens te verwerven.

Paneel 37 - Amsler vibrafoor werkt volgens het resonantie-principe en maakt hoge beproevingsfrequenties mogelijk

De programmeerbaarheid van de belastingsvolgorde was bij de eerste vermoeiingsmachines beperkt. Maar met de Horizontale Schenckbank konden zogenaamde programmaproeven worden uitgevoerd, waarbij 'blokken' lastwissels met verschillende amplitude werden aangebracht. Daarnaast was het mogelijk 'handmatig' enkelvoudige belastingen aan te brengen, voor onderzoek bijvoorbeeld van bijzondere belastingen, zoals tijdens de landing en het taxiën.

Paneel 37 - Met de Horizontale Schenckbank konden zogenaamde programmaproeven worden uitgevoerd

Met de introductie van servo-gestuurde ventielen kon elke willekeurige belastingsvolgorde in een proef worden aangebracht. Hierdoor werd het mogelijk om in de vlucht gemeten belastingshistories in de proef aan te brengen. De foto toont een MTS servo-gestuurde bank waarin een proefstuk aan zo'n gemeten belastingsgeschiedenis wordt onderworpen.

Paneel 37 - Met servo-gestuurde ventielen kon elke willekeurige belastingsvolgorde in een proef worden aangebracht

De toenemende aandacht voor 'schade tolerantie' leidde tot een groeiende belangstelling voor scheurgroei als gevolg van de belasting van dragende delen van het vliegtuig. Luchtwaardigheidsautoriteiten eisen het bewijs dat een vliegtuigconstructie voldoende robuust - schade tolerant - is om de ontwikkeling van een scheur tot aan de volgende inspectiebeurt te overleven. Het bewijs wordt gewoonlijk geleverd door een combinatie van de resultaten van berekeningen en experimenten.

De foto toont scheurgroeionderzoek aan een vleugelpaneel van de Fokker F27.

Paneel 37 - Scheurgroeionderzoek aan een vleugelpaneel van de Fokker F27

Om de scheurstoppende werking van verstijvers te bepalen en/of te verifiëren werden proeven gedaan op simpele verstijfde panelen met een centrale scheur.

De foto toont een verstijfd paneel tijdens een compressie-test.

Paneel 37 - Een verstijfd paneel tijdens een compressie-test

Het NLR gebruikt een testframe voor onderzoek onder meer-assige belasting. Zulke belastingssituaties doen zich onder andere voor in romppanelen.
Bij het afgebeelde testframe voor gebogen panelen worden de belastingen aan de omtrek gegenereerd door luchtdrukverschillen. Een hydraulisch systeem levert de longitudinale drukkrachten op het romppaneel met daar bovenop de buigeffecten.

Paneel 37 - Testframe voor onderzoek onder meer-assige belasting

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 38 - Levensduurbewaking

'Teardown'-inspectie van de F-16 (J-239) van de Koninklijke Luchtmacht (KLu).

Paneel 38 - 'Teardown'-inspectie van KLu F-16 (J-239)

Voorbeeld van variaties in gebruik:
vluchtduur van Boeing 747 vluchten.

Paneel 38 - Voorbeeld van variaties in gebruik:
vluchtduur van Boeing 747 vluchten

Voorbeeld van variaties in gebruik:
cabinedruk van Boeing 747 vluchten.

Paneel 38 - Voorbeeld van variaties in gebruik:
cabinedruk van Boeing 747 vluchten

Voorbeeld van variaties in belastingservaring:
rek/vleugeldoorbuiging van F-16 vluchten KLu (in figuur rechts is KLu aangeduid als RNLAF = Royal Netherlands Air Force).

Paneel 38 - Voorbeeld van variaties in belastingservaring:
rek/vleugeldoorbuiging van F-16 vluchten KLu

Nog een voorbeeld van variaties in belastingservaring: rek/vleugeldoorbuiging van F-16 vluchten KLu.

Paneel 38 - Nog een voorbeeld van variaties in belastingservaring:
rek/vleugeldoorbuiging van F-16 vluchten KLu

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 39 - Schade- en ongevallenonderzoek

Het fundamentele materiaal- en vermoeiingsonderzoek en het onderzoek van praktijkbreuken en ongevallen is steeds ondersteund met uitvoerig microscopisch onderzoek. Onder een microscoop is het uiterlijk van een breukvlak soms een aanwijzing voor de oorzaak van de breuk en zelfs soms van een ongeval.

In 1918 wordt het Rumpler C.VIII lesvliegtuig door de Luchtvaartafdeeling (LVA) in gebruik genomen. In 1919 storten er twee brandend neer. Er volgt een vliegverbod. De RSL voert in opdracht van een commissie onderzoek uit naar de mogelijke oorzaak. De conclusie is dat de kwaliteit van de koperen benzineleiding te kort schoot en heeft geleid tot lekkages en brand.

In 1974 breekt in de vlucht een rotorblad af van een Sikorsky S-61N helikopter, die verongelukt. Het NLR doet onderzoek naar de oorzaak. De rotorbladen van de S-61 zijn opgebouwd uit een holle aluminium ligger met een daaraan vastgelijmde achterrand van kunststof. Er bestaat een overdruk in de ligger, die alleen met stilstaande rotor kan worden gecontroleerd; drukverlies wijst op een scheur.

Paneel 39 - In 1974 breekt in de vlucht een rotorblad af van een Sikorsky S-61N helikopter

Bij een periodieke bladinspectie was eerder geconstateerd, dat op één plaats de lijmbevestiging plaatselijk was losgelaten, maar binnen de fabriekstolerantie viel, zodat vooralsnog kon worden doorgevlogen. Er is ter plekke corrosie ontstaan en het begin van een scheur, die groeide tijdens het verdere gebruik en niet tijdig is ontdekt. De drukmeter van het betreffende blad wees voor de aanvang van de laatste vlucht nog normaal aan. Tijdens deze vlucht is een vermoeiingsbreuk ontstaan. Het NLR heeft acht verschillende onderzoekstechnieken ingezet om de oorzaak vast te stellen en daarna drie voorstellen gedaan voor verbetering.

In 2001 stort een F-16 van de Koninklijke Luchtmacht (KLu) na een motorstoring in zee. Het NLR doet (materiaal)-onderzoek naar de oorzaak met o.a. een elektronenmicroscoop. De conclusie is, dat als gevolg van trillingen een hoge druk olieleiding bij de motor is gescheurd; weggelekte olie is ontbrand en door de hoge temperatuur is een aandrijfas uitgebogen met als gevolg dat de motor is gestopt. De handboeken worden aangepast om de trillingen uit te sluiten.

Paneel 39 - Een hoge druk olieleiding bij de motor is gescheurd

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 40 - Composietmaterialen en -constructies

Als uitgangsmateriaal bij de fabricage van composieten dienen vaak zogenaamde prepregs. Dit zijn dunne lagen materiaal bestaande uit bundels van vezels in één richting (weefsels), die zijn geëmpregneerd met hars. Prepregs worden gebruikt voor de vorming van gelaagde composietmaterialen (laminaten). Het opgebouwde product wordt vervolgens in een oven of autoclaaf uitgehard.

Paneel 40 - Het opgebouwde product wordt vervolgens in een oven of autoclaaf uitgehard

Vleugelpaneel met verstijvers.

Paneel 40 - Vleugelpaneel met verstijvers

Crash-bestendige rompconstructie.

Paneel 40 - Crashbestendige rompconstructie

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 41 - Composiettechnologie

Het vervaardigen van composiet constructies vergt methoden en gereedschappen die vaak sterk afwijken van de tot dan toe gangbare.

Foto: het stapelen van voorgeïmpregneerd materiaal.

Paneel 41 - Het stapelen van voorgeïmpregneerd materiaal

Het vervaardigen van composiet constructies vergt methoden en gereedschappen die vaak sterk afwijken van de tot dan toe gangbare.

Foto: mal voor het injecteren van hars in een droog weefsel.

Paneel 41 - Mal voor het injecteren van hars in een droog weefsel

Het vervaardigen van composiet constructies vergt methoden en gereedschappen die vaak sterk afwijken van de tot dan toe gangbare.

Foto: apparatuur voor automatische ultrasone inspectie.

Paneel 41 - Apparatuur voor automatische ultrasone inspectie

Toepassingen van composieten zijn niet alleen gericht op gewichtsreductie, maar ook op het verlagen van de kostprijs of een combinatie van beide.

Lichter: ondersteldeel voor een helikopter.

Paneel 41 - Ondersteldeel voor een helikopter

Toepassingen van composieten zijn niet alleen gericht op gewichtsreductie, maar ook op het verlagen van de kostprijs of een combinatie van beide.

Goedkoper: aandrijfas voor een staartrotor van een helikopter.

Paneel 41 - Aandrijfas voor een staartrotor van een helikopter

Toepassingen van composieten zijn niet alleen gericht op gewichtsreductie, maar ook op het verlagen van de kostprijs of een combinatie van beide.

geoptimaliseerd: op buiging belast satellietonderdeel.

Paneel 41 - Op buiging belast satellietonderdeel

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 42 - Ontwikkeling van vliegtuigmaterialen

Het belang van de materialenafdeling van het NLL.

Paneel 42 - Het belang van de materialenafdeling van het NLL

Werkzaamheden van de Materialen Afdeeling.

Paneel 42 - Werkzaamheden van de Materialen Afdeeling

Vermoeiingsbank 'Alpha' van de RSL.

Paneel 42 - Vermoeiingsbank 'Alpha' van de RSL

Het NLR is sinds de jaren 1980 intensief betrokken geweest bij de ontwikkeling en beproeving van GLARE (GLAss REinforced Aluminum). GLARE is een composietmateriaal met een betere weerstand tegen scheurgroei dan de tot dan toe gebruikte aluminiumlegeringen, maar met dezelfde goede eigenschappen zoals bewerkbaarheid en mogelijkheden tot reparatie. GLARE bestaat uit lagen aluminiumplaat, afgewisseld met een glasvezelversterkt materiaal met de eigenschap dat het gelijmd kan worden. GLARE is lichter dan een aluminiumlegering. GLARE dankt de goede weerstand tegen scheurgroei voornamelijk aan de aanwezigheid van de glasvezels, die ongevoelig zijn voor vermoeiing. GLARE wordt gebruikt in de romppanelen van de Airbus A380. In elk toestel is ongeveer 450 m2 verwerkt.

Paneel 42 - ontwikkeling en beproeving van GLARE (GLAss REinforced Aluminum)

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 43 - Onderzoek van motormaterialen

Het beproeven van vliegtuigmotoren is een belangrijke eis, die direct wordt gesteld aan de RSL. Er komt een aparte afdeling motoren en er wordt een motorproefdraaiplaats gebouwd. Hierbij gaat het vaak om het meten van het vermogen en het brandstofverbruik, soms van een hele serie motoren van hetzelfde type. Er wordt ook geëxperimenteerd met carburateurs en met verschillende soorten brandstofmengsels.

De foto toont een motor met propeller in de motorproefdraaiplaats van de RSL.

Paneel 43 - Motor met propeller in de motorproefdraaiplaats van de RSL

In de jaren vijftig van de vorige eeuw worden de ramjetmotoren, bevestigd aan de bladuiteinden van de Nederlandse Kolibrie helikopter, bij het NLL getest. Een vaste testbank wordt gebruikt voor de ramjetontwikkeling. Er wordt in Amsterdam (zie foto) een speciale, draaiende testopstelling gebruikt om onder andere het brandstofsysteem te testen onder grote centrifugaalkrachten. Later wordt in verband met geluidsoverlast de rotorproefstand verplaatst naar de Noordoostpolder.

Paneel 43 - Rotorproefstand in Amsterdam

De levensduur van gasturbinebladen kan sterk worden bekort door atmosferische omstandigheden, zoals zoute lucht. In 1975 wordt bij het NLR een 'Burner Rig' ontwikkeld en geïnstalleerd. Hiermee kunnen turbinebladen worden getest onder verschillende atmosferische condities.

Paneel 43 - 'Burner Rig' van het NLR

De levensduur van gasturbinebladen kan sterk worden bekort door atmosferische omstandigheden, zoals zoute lucht. Compressorbladen worden bij hoge temperatuur op vermoeiing getest in de 'Compressor Rig'.

Paneel 43 - 'Compressor Rig' van het NLR

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Index panelen

P58 - Niet luchtvaart, algemeen P61 - Vaartuigen, offshore installaties
P59 - Windenergie P62 - Voertuigen en sportactiviteiten
P60 - Gebouwen P63 - Bruggen en wegen

Paneel 58 - Niet Luchtvaartonderzoek, algemeen

  Paneel 58 - Niet-luchtvaart

De Rijks Studiedienst voor de Luchtvaart (RSL) werd in 1919 opgericht om studies uit te voeren op het gebied van de luchtvaart. In Nederland waren weinig instituten, die over een windtunnel beschikten en dus kwamen er ook verzoeken voor onderzoek, dat niets met luchtvaart te maken had.
Op luchtvaartgebied deed de RSL veel eigen onderzoek (speurwerk) naast opdrachten ten behoeve van de Nederlandse luchtvaartindustrie. Niet-luchtvaartonderzoek werd alleen in opdracht uitgevoerd; er werd geen geld vrijgemaakt voor eigen speurwerk. Pas in 1954 staat in de statuten van het NLL expliciet onder welke omstandigheden niet-luchtvaartonderzoek is toegestaan. Ook wordt dan eigen speurwerk niet genoemd.
Hoewel de RSL (en later ook het NLL en het NLR) zich ontwikkelde tot een kennisinstituut op veel andere terreinen dan aerodynamica alleen, kwam het zwaartepunt van het niet-luchtvaartonderzoek toch op aerodynamica en windtunnelonderzoek te liggen.

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 59 - Windenergie

Voor de oorlog was de interesse voor windmolens hoofdzakelijk historisch getint. De vereniging 'De Hollandsche Molen' bevorderde het behoud van de traditionele Nederlandse windmolen. In 1931 en 1934 werden in opdracht van deze vereniging metingen aan modellen van wieken uitgevoerd. Op de foto hiernaast is de meetopstelling te zien zoals die in de windtunnel van het RSL werd toegepast.

Paneel 59 - de meetopstelling te zien zoals die in de windtunnel van het RSL werd toegepast

De 5,3 meter diameter Darrieus windturbine van Schliekelmann (Fokker) op Schiphol-Oost. De top van de mast wordt verspannen door tuidraden. Hierdoor is het benodigde grondoppervlak relatief groot.

Paneel 59 - De 5,3 meter diameter Darrieus windturbine van Schliekelmann (Fokker) op Schiphol-Oost

Schliekelmann bedacht een vrijdragende mastconstructie voor de 5,3 meter turbine. Deze turbine werd getest in de 9,5 m x 9,5 m meetplaats van de LLF van DNW in de Noordoostpolder.

Paneel 59 - Schliekelmann bedacht een vrijdragende mastconstructie voor de 5,3 meter turbine

Het vrijdragende concept van de Darrieus turbine werd door Polymarin gebruikt voor het ontwerp van een 15 meter diameter windturbine, die tijdens de Floriade aan de rand van de Gaasperplas heeft gestaan.

Paneel 59 - Het vrijdragende concept van de Darrieus turbine werd door Polymarin gebruikt voor het ontwerp van een 15 meter diameter windturbine

Model van een twee-bladige snellopende windturbine met een rotordiameter van 0,75 meter, aan draden opgehanden in de 3 m x 2,1 m meetplaats van tunnel Nr. 3 van het NLR. In de gondel bevinden zich een koppelmeter, toerenteller en een hydraulische pomp, werkende als rem of aandrijving. De stroomlijnbuis onder de gondel is voor de doorvoer van de hydraulische leidingen en boven de gondel worden de draden van de koppelmeter en toerenteller afgevoerd. In 1979-1980 werden hiermee in het kader van het Nationaal Onderzoeksprogramma Windenergie (NOW) uitgebreide krachtenmetingen en stromingsonderzoek uitgevoerd (NLR TR 79071 en NLR TR 81069).

Paneel 59 - Model van een twee-bladige snellopende windturbine met een rotordiameter van 0,75 meter, aan draden opgehanden in de 3 m x 2,1 m meetplaats van tunnel Nr. 3 van het NLR

De 'Energy Ball' windturbine met een diameter van 1,1 meter, opgesteld in de 3 m x 2,1 m meetplaats van de LST (deel van DNW) in de Noordoostpolder. De draaiingsas is horizontaal en evenwijdig aan de windrichting. Als één van de voordelen van dit type windturbine wordt de lage geluidsproductie genoemd.

Paneel 59 - De 'Energy Ball' windturbine met een diameter van 1,1 meter, opgesteld in de 3 m x 2,1 m meetplaats van de LST (deel van DNW) in de Noordoostpolder

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 60 - Gebouwen

De twee foto's rechts geven een voorbeeld van een onderzoek naar de rookhinder bij een fabriekscomplex.
In de bovenste figuur is de verspreiding van de rook te zien bij de bestaande schoorsteenhoogtes.
In de figuur daaronder is duidelijk te zien dat door het verhogen van de schoorstenen wordt voorkomen dat de rookgassen direct in de door de gebouwen verstoorde stroming terecht komen en hinder op het fabriekscomplex veroorzaken.
Hoe hoger de schoorstenen worden gemaakt des te langer zal het duren voor de rookgassen weer op de grond terecht komen. Daarmee zal de concentratie van de rookgassen door diffusie afnemen en dus de hinder op grotere afstand ook afnemen. De voor de luchtvaart ontwikkelde windtunnels zijn echter minder geschikt om dit aspect te onderzoeken.

Paneel 60 - Een onderzoek naar de rookhinder bij een fabriekscomplex

Gebouwencomplex rond het Kurhaus in Scheveningen. De ronde, witte punten op de straat zijn de NTC-pluggen (zie hieronder voor aparte figuur en tekst) voor het meten van de windsnelheden, die voetgangers ondervinden.

Paneel 60 - Gebouwencomplex rond het Kurhaus in Scheveningen met NTC-pluggen

Om wisselende windsnelheden, zoals voetgangers die rond gebouwen ondervinden, op modelschaal te kunnen meten, is dit NTC-element ontwikkeld (NTC staat voor: Negatieve Temperatuur Coëfficiënt). Het meet ongeveer op 'neushoogte' (via afkoeling van een NTC-element) de luchtsnelheid, die vanuit alle richtingen kan komen.

Paneel 60 - NTC-pluggen voor het meten van de windsnelheden

Windhinder station Sloterdijk in LST 2 x 1,2 meter.

Paneel 60 - Windhinder station Sloterdijk in LST 2 x 1,2 meter

Windhinderonderzoek in de DNW-LST aan een hoogbouwcomplex in Zoetermeer.

Paneel 60 - Windhinderonderzoek in de DNW-LST aan een hoogbouwcomplex in Zoetermeer

Onderzoek winddrukken op ventilatiesysteem Haagse tramtunnel.

Paneel 60 - Onderzoek winddrukken op ventilatiesysteem Haagse tramtunnel

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 61 - Vaartuigen en offshore installaties

In de RSL-periode kwamen er al vragen betreffende het verminderen van de hinder door rook en wind op het dek van passagiersschepen.

Paneel 61 - In de RSL-periode kwamen er al vragen betreffende het verminderen van de hinder door rook en wind op het dek van passagiersschepen

In de RSL-periode was het verminderen van de hinder door rook en wind op het dek op marineschepen een actueel onderwerp. De foto geeft het voorbeeld van een fregat met een grote radarkoepel. Het door de vaarwind veroorzaakte zoggebied achter de koepel zuigt de rook uit de erachter gelegen schoorsteen naar voren en hult de gehele opbouw achter de koepel in de rook.

Paneel 61 - In de RSL-periode was het verminderen van de hinder door rook en wind op het dek op marineschepen een actueel onderwerp

De windstroming rond het schip kan wervelingen veroorzaken, die niet alleen hinderlijk zijn voor passagiers op dek, maar ook voor landende vliegtuigen en helikopters (denk aan fregatten en offshore installaties met een helidek). De foto toont een eenvoudig stromingsonderzoek met windvaantjes op het helikopterdek aan een model van een fregat.

Paneel 61 - De windstroming rond het schip kan wervelingen veroorzaken

In 1948 werd het vliegdekschip Venerable van Groot Brittannië overgenomen en de Karel Doorman gedoopt. Het had nog het klassieke rechthoekige dek, waardoor startende en landende vliegtuigen elkaar in de weg zaten. Daarom werd besloten een hoekdek aan de bakboordzijde aan te brengen, waardoor de vliegtuigen, die op het voordek met de katapult evenwijdig aan de langsas van het schip werden gestart, geen last meer hadden van landende en eventueel doorstartende vliegtuigen. Om de relatieve windrichting parallel aan de landingsbaan te krijgen, moet tijdens de landing het schip een koers met zijwind varen. Daardoor zouden er op de landingsbaan hinderlijke wervelingen kunnen optreden. Daarom zijn in 1954 in de tunnel van het NLL metingen uitgevoerd aan een model van de Karel Doorman met 'hoekdek'.

Paneel 61 - Metingen aan een model van de Karel Doorman met 'hoekdek'

Hoewel de krachten van het water op het onderwatergedeelte van een schip veelal belangrijker zijn dan de luchtkrachten op het bovenwatergedeelte, is er toch belangstelling voor de luchtkrachten in het geval van harde wind bij een langzaam varend schip, bijvoorbeeld tijdens het afmeren bij sterke dwarswind. Een ander voorbeeld is de windbelasting op een drijvend dok met schip, zoals op de foto is te zien voor een gespiegeld model, dat aan draden is opgehangen aan het meetsysteem boven de meetplaats.

Paneel 61 - Windbelasting op een drijvend dok met schip

De windbelasting op offshore installaties is belangrijk bij het verslepen en verankeren van deze constructies. Soms wordt ook de belasting door de zeestroming op het onderwatergedeelte geschat aan de hand van een meting in een windtunnel van luchtkrachten op dit onderwatergedeelte.

Paneel 61 - De windbelasting op offshore installaties

De windbelasting op offshore installaties is belangrijk bij het verslepen en verankeren van deze constructies. Soms wordt ook de belasting door de zeestroming op het onderwatergedeelte geschat aan de hand van een meting in een windtunnel van luchtkrachten op dit onderwatergedeelte.

Paneel 61 - De windbelasting op offshore installaties

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 62 - Voertuigen en sportactiviteiten

Krachtenmetingen en stromingsonderzoek voertuigen

Hierbij gaat het voornamelijk om het verminderen van de luchtweerstand bij locomotieven, treinstellen en auto's. Dit is ook het geval bij fietsen, motoren en de personenauto, maar daar is bovendien de dwarskracht bij zijwind belangrijk.
Het stromingsonderzoek met windvaantjes en rook wordt toegepast om gebieden met stromingsloslating vast te stellen (bron extra weerstand). De luchtkrachten werden gemeten door het model aan draden op te hangen aan een externe balans (zoals bij deze locomotief) of door een rekstrookbalans (zie verder).

Paneel 62 - Krachtenmetingen en stromingsonderzoek aan een locomotief

De luchtkrachten werden gemeten door gespiegelde modellen aan draden op te hangen aan een externe balans zoals bij deze trein.

In een stroming rond twee gespiegelde modellen zullen de verticale luchtsnelheidcomponenten in dit spiegelvlak nul zijn en bootst dus in de stroming het grondvlak automatisch na, waarbij ook geen grenslaag ontstaat, omdat de vaste wand ontbreekt.

Paneel 62 - De luchtkrachten werden gemeten door gespiegelde modellen aan draden op te hangen aan een externe balans zoals bij deze trein

De luchtkrachten werden later in de tijd gemeten door het model op te hangen aan een rekstrookbalans zoals bij het gespiegelde model van DAF.

Paneel 62 - De luchtkrachten werden later in de tijd gemeten door het model op te hangen aan een rekstrookbalans zoals bij het gespiegelde model van DAF

De luchtkrachten werden later in de tijd gemeten door het model op te hangen aan een rekstrookbalans zoals bij het model hiernaast.

Paneel 62 - De luchtkrachten werden later in de tijd gemeten door het model op te hangen aan een rekstrookbalans

De luchtkrachten werden later in de tijd gemeten door het model op te hangen aan een rekstrookbalans zoals bij het model hiernaast.

Paneel 62 - De luchtkrachten werden later in de tijd gemeten door het model op te hangen aan een rekstrookbalans

De luchtkrachten werden gemeten door het model aan draden op te hangen aan een externe balans zoals bij deze fiets.

Paneel 62 - De luchtkrachten werden gemeten door het model aan draden op te hangen aan een externe balans zoals bij deze fiets

De luchtkrachten werden gemeten door het model aan draden op te hangen aan een externe balans zoals bij deze motorfiets.

Paneel 62 - De luchtkrachten werden gemeten door het model aan draden op te hangen aan een externe balans zoals bij deze motorfiets

Sport activiteiten

In de windtunnels van het NLR zijn ook onderzoeken uitgevoerd in opdracht en met medewerking van universitaire onderzoeksgroepen, die zich bezig houden met de bevordering van top sporters. De foto hiernaast laat een bobslee zien, samen met de bemanning.

Paneel 62 - Een bemande bobslee in de windtunnel

Deze foto laat een wielrenner zien op een rollenbank, waarbij met rook de stroming over hoofd en rug wordt onderzocht. Door de rollenbank is het mogelijk de invloed op de weerstand van de draaiende wielen en bewegende benen te meten.

Paneel 62 - Een wielrenner op een rollenbank in de windtunnel

Dit is helaas niet mogelijk bij de schaatsers in de windtunnel, waarbij de invloed van het schaatspak (op deze foto nog niet aangetrokken) op de weerstand alleen in een starre pose kan worden gemeten.

Paneel 62 - Een schaatser zonder schaatspak in de windtunnel

Een zelfde meting van een schaatsers in de windtunnel, waarbij de invloed van het nu wel aangetrokken schaatspak op de weerstand kan worden gemeten.

Paneel 62 - Een schaatser in schaatspak in de windtunnel

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 63 - Bruggen en wegen

Bij grote hefbruggen is de stormbelasting belangrijk en daarom zijn metingen aan brugmodellen in windtunnels uitgevoerd. Zie rechts een model van de hefbrug over de Oude Maas in Dordrecht aan draden opgehangen onder de externe balans boven de meetplaats van de LST 3 x 2.

Paneel 63 - Model van de hefbrug over de Oude Maas in Dordrecht aan draden opgehangen onder de externe balans boven de meetplaats van de LST 3 x 2

Als grote wateroppervlakten overbrugd moeten worden kunnen ook de windfluctuaties op het wegdek voor auto's en rond de pijlers van de brug voor de scheepvaart hinder opleveren. Een dergelijk onderzoek is op de foto weergegeven.

Paneel 63 - Als grote wateroppervlakten overbrugd moeten worden kunnen ook de windfluctuaties op het wegdek voor auto's en rond de pijlers van de brug voor de scheepvaart hinder opleveren. Een dergelijk onderzoek is op de foto weergegeven

Door de naoorlogse aanleg van brede autosnelwegen kwamen er ook meer en grotere verkeersborden langs deze wegen en moest de stormbelasting op deze objecten worden vastgesteld. Een voorbeeld van windtunnelonderzoek is op de foto weergegeven.

Paneel 63 - Stormbelasting van grote verkeersborden langs brede autosnelwegen

Door de naoorlogse aanleg van brede autosnelwegen kwamen er ook meer en grotere verkeersborden langs deze wegen en moest de stormbelasting op deze objecten worden vastgesteld. Een voorbeeld van windtunnelonderzoek is op de foto weergegeven.

Paneel 63 - Stormbelasting van grote verkeersborden langs brede autosnelwegen

Meting van windbelasting op een 80 meter lang brugdeel met heftoren (schaal 1:100) voor de verbinding over de Oude Maas, tussen IJsselmonde en Putten bij Spijkenisse, in opdracht van de Gemeentewerken van Rotterdam. De metingen zijn uitgevoerd in de kleine tunnel van het NLL, met een externe balans, die nog stamt uit de RSL, waarbij het model aan draden is opgehangen.
Het doel was het meten van de zijwaartse belasting op de pijlers van de brug. Daarom zijn ook metingen uitgevoerd met een vereenvoudigd treinmodel op de brug.

Paneel 63 - Meting van windbelasting op een 80 meter lang brugdeel met heftoren (schaal 1:100) voor de verbinding over de Oude Maas, tussen IJsselmonde en Putten bij Spijkenisse

In november 1940 brak bij matige wind de Tacoma Narrows hangbrug in de USA, na in een ongedempte slingering te zijn geraakt. Mede door Theodore von Kármán werd de oorzaak vastgesteld. Sindsdien is het onderzoek naar het aero-elastisch gedrag van bruggen (inzonderheid hangbruggen) door een modelproef in een windtunnel een verplicht onderdeel tijdens het ontwerp van een brug. Door de F-sectie van het NLL (Flutter sectie; later kreeg de afdeling nog andere namen) zijn na de oorlog veel van dit soort onderzoeken uitgevoerd.
De foto toont de meetopstelling van een brugdek op modelschaal, op drie plaatsen ondersteund door excitatoren. Hierdoor kan het brugdek met een bepaalde frequentie in een gewenste trillingsvorm worden gebracht en kan worden nagegaan bij welke frequentie en windsnelheid de trilling energie uit de windstroom kan opnemen (versterken van de trilling; 'flutter').

Paneel 63 - De meetopstelling van een brugdek op modelschaal, op drie plaatsen ondersteund door excitatoren

Deze foto toont de Erasmusbrug in Rotterdam (ook wel 'De Zwaan' genoemd). Hierbij traden bij bepaalde windrichting en windsnelheden trillingen op van de tuidraden, waaraan het brugdek is opgehangen. Het NLR is ook betrokken geweest bij het zoeken naar een oplossing voor dit probleem.

Paneel 63 - Trillende tuidraden van de Erasmusbrug in Rotterdam

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Index panelen

P64 - Aardobservatie P67 - Aerodynamisch onderzoek aan
lanceervoertuigen
P65 - Ruimtevaart test en simulatie P68 - Vrij-vliegende modellen en geleide sonde
P66 - Thermisch-vacuüm onderzoek P69 - Nationale satellieten

Paneel 64 - Aardobservatie

Polarimetrisch RADAR beeld van NLR Flevoland.

Paneel 64 - Polarimetrisch RADAR beeld van NLR Flevoland

RECONOFAX (1965-1981) thermisch-infarood scanner (thermal infrared scanner).

Paneel 64 - Reconofax thermisch-infarood scanner

DSLAR (1974-1989):
Dutch Side Looking Airborne RADAR.

Paneel 64 - DSLAR: Dutch Side Looking Airborne RADAR

DUTSCAT (1983-1989):
Delft University of Technology Scatterometer.

Paneel 64 - DUTSCAT: Delft University of Technology Scatterometer

CAESAR (1980-1986):
CCD Airborne Experimental Scanner for Applications in Remote sensing.

Paneel 64 - CAESAR: CCD Airborne Experimental Scanner for Applications in Remote sensing

PHARUS (1986-2001):
Phased Array Universal Synthetic Aperture Radar.

Paneel 64 - PHARUS: Phased Array Universal Synthetic Aperture Radar

RAPIDS:
Real-time Acquisition and Processing Integrated Data System.

Paneel 64 - RAPIDS: Real-time Acquisition and Processing Integrated Data System

ARTEMIS:
African Real Time Environmental Monitoring using Imaging Satellites.

Paneel 64 - ARTEMIS: African Real Time Environmental Monitoring using Imaging Satellites

Map of Eritrea for UNMEE
(UNMEE = United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea)

Paneel 64 - Map of Eritrea for UNMEE

Vuurwerkramp Enschede

Paneel 64 - Vuurwerkramp Enschede

Deelnemers Geomatics Business Park

Paneel 64 - Deelnemers Geomatics Business Park

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 65 - Ruimtevaart test en simulatie

Drie-assige schommeltafel ten behoeve van het testen van de besturing van de ELDO draagraket 'Europa 1'.

Paneel 65 - Drie-assige schommeltafel ten behoeve van het testen van de besturing van de ELDO draagraket 'Europa 1'

Drie-assige luchtgelagerde tafel (voorgrond), enkel-assige tafel aan draad (achtergrond rechts) en hybride computers (achtergrond links).

Paneel 65 - Drie-assige luchtgelagerde tafel (voorgrond), enkel-assige tafel aan draad (achtergrond rechts) en hybride computers (achtergrond links)

Het beproeven van het standregelsysteem van de IRAS op een twee-assige luchtgelagerde tafel.

Paneel 65 - Het beproeven van het standregelsysteem van de IRAS op een twee-assige luchtgelagerde tafel

De simulator voor de HERMES Robot Arm (HERA).

Paneel 65 - De simulator voor de HERMES Robot Arm (HERA)

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 66 - Thermisch-vacuüm onderzoek

Ruimte(vacuüm)kamer (1966) met zonnesimulator.

Paneel 66 - Ruimte(vacuüm)kamer (1966) met zonnesimulator

Testopstelling om het warmtetransport te meten van sandwichconstructies onder vacuümomstandigheden.

Paneel 66 - Testopstelling om het warmtetransport te meten van sandwichconstructies onder vacuümomstandigheden

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 67 - Aerodynamisch onderzoek aan lanceervoertuigen

Metingen met Particle Image Velocimetry (PIV) aan een model van het Ariane 5 lanceervoertuig in de HST.

Paneel 67 - Metingen met Particle Image Velocimetry aan een model van het Ariane 5 lanceervoertuig in de HST

Windtunnelmetingen in de HST om de windbelasting te bepalen op de Ariane 1 lanceerder opgesteld op de lanceertoren.

Paneel 67 - Windtunnelmetingen in de HST om de windbelasting te bepalen op de Ariane 1 lanceerder opgesteld op de lanceertoren

Model van de VEGA in de SST.

Paneel 67 - Model van de VEGA in de SST

Visualisatie van de stroomlijnen m.b.v. olie op het ruimteveer Hermes in de SST.

Paneel 67 - Visualisatie van de stroomlijnen m.b.v. olie op het ruimteveer Hermes in de SST

Model van ELDO in de SST.

Paneel 67 - Model van ELDO in de SST

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 68 - Vrij-vliegende modellen en geleide sonde

De vlet voor de berging van het model waarna het opnieuw gelanceerd kon worden voor een ander meetprogramma.

Paneel 68 - De vlet voor de berging van het model waarna het opnieuw gelanceerd kon worden voor een ander meetprogramma

Beep (big jeep) met zenderwagen met de twee helix antennes in de transportpositie. De kleine antenne is voor de afstandsbedieningszender, de grote voor de Doppler zender.

Paneel 68 - Beep (big jeep) met zenderwagen met de twee helix antennes

De oude lanceerwagen met MO3 model en booster.

Paneel 68 - De oude lanceerwagen met MO3 model en booster

Testruimte om de vrij-vliegende modellen te testen.

Paneel 68 - Testruimte om de vrij vliegende modellen te testen

Het besturingsgedeelte van een MO3 model met vier roeren.

Paneel 68 - Het besturingsgedeelte van een MO3 model met vier roeren

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 69 - Nationale satellieten

De NLR medewerkers besturen de Astronomische Nederlandse Satelliet (ANS) vanuit het European Space Operations Centre (ESOC) in Darmstadt.

Paneel 69 - De NLR medewerkers besturen de ANS vanuit het ESOC in Darmstadt

Het Infrarood Astronomische Satelliet (IRAS) grond operatiecentrum in het Rutherford-Appleton laboratorium in Chilton (Engeland).

Paneel 69 - Het IRAS grond operatiecentrum in het Rutherford-Appleton laboratorium in Chilton (Engeland)

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Index panelen (Algemeen, deel 1)

P1 - Introductie Museum P6 - Algemeen Directeuren RSL/NLL/NLR
P2 - Stichting Historisch Museum NLR P7 - Bestuur van de Stichting NLL/NLR
P3 - Vestiging Amsterdam, Marinewerf P8 - De medewerkers van RSL/NLL/NLR
P4 - Vestiging Amsterdam, Sloterweg P9 - Personeel van NLL/NLR
P5 - Vestigingen Noordoostpolder en Texel  

Paneel 1 - Introductie Museum

De voormalige expositieruimte in gebruik als meetplaats van de lage-snelheidswindtunnel (1940–1984).

Paneel 1 - Huidige expositieruimte in gebruik als meetplaats LST

De voormalige expositieruimte in gebruik als meetplaats van de lage-snelheidswindtunnel (1940–1984).

Paneel 1 - De huidige expositieruimte in gebruik als meetplaats van de lage-snelheidswindtunnel (1940–1984)

De voormalige expositieruimte op de bovenste etage van dit gebouw (1987–2006).

Paneel 1 - De voormalige expositieruimte op de bovenste etage van dit gebouw  (1987–2006)

De voormalige expositieruimte in gebruik als bedrijfsrestaurant (1985–2006).

Paneel 1 - De huidige expositieruimte in gebruik als bedrijfsrestaurant (1985–2006)

De voormalige expositieruimte in gebruik als bedrijfsrestaurant (1985–2006).

Paneel 1 - De huidige expositieruimte in gebruik als bedrijfsrestaurant (1985–2006)

Plan voor indeling van het voormalige museum.

Paneel 1 - Plan voor indeling huidige museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 1 - Huidige museum in opbouw

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 1 - Huidige museum in opbouw

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 2 - Stichting Historisch Museum NLR

Voormalige museum in opbouw.        

Paneel 2 - Opbouw museum

Overleg.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Voormalige museum in opbouw.

Paneel 2 - Opbouw museum

Overleg...

Paneel 2 - Opbouw museum

...en overleg.

Paneel 2 - Opbouw museum

Naar indexTerug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 3 - Vestiging Amsterdam, Marinewerf

Luchtfoto van de Marinewerf in Amsterdam-Oost (1926). 
Bron: AVIODROME Luchtfotografie Lelystad.

Paneel 3 - Luchtfoto van de Marinewerf in Amsterdam-Oost (1926)  Bron: AVIODROME Luchtfotografie Lelystad

Het hoofdgebouw van de RSL, de Oude Zaagmolen, op de Marinewerf in Amsterdam.

Paneel 3 - Het hoofdgebouw van de RSL, de Oude Zaagmolen, op de Marinewerf in Amsterdam

De hal in de Oude Zaagmolen.

Paneel 3 - De hal in de Oude Zaagmolen

Motor en propeller bevestigd op de motorproefstand van de RSL.

Paneel 3 - Motor- en propeller bevestigd op de motorproefstand  van de RSL

Schroef van de Eiffel windtunnel van de RSL.

Paneel 3 - Schroef van de Eiffel windtunnel van de RSL

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 4 - Vestiging Amsterdam, Sloterweg

Het hoofdgebouw (links) en het windtunnelgebouw in aanbouw (winter 1939-1940).

Paneel 4 - Het hoofdgebouw (links) en het windtunnelgebouw in aanbouw (winter 1939-1940)

Het nieuwe gebouw kort na ingebruikneming.

Paneel 4 - Het nieuwe gebouw kort na ingebruikneming

Het nieuwe gebouw kort na ingebruikneming.

Paneel 4 - Het nieuwe gebouw kort na ingebruikneming

Luchtfoto van de gebouwen in 1951.
Bron: AVIODROME Luchtfotografie Lelystad.

Paneel 4 - Luchtfoto van de gebouwen in 1951 Bron: AVIODROME Luchtfotografie Lelystad

Het huidige gebouwencomplex van het NLR in Amsterdam.

Paneel 4 - Het huidige gebouwen complex van het NLR in Amsterdam

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 5 - Vestigingen Noordoostpolder en Texel

De vestiging Noordoostpolder, omstreeks 1960, met het gebouw 'De Vrije Vlucht' (rechts).

Paneel 5 - De vestiging Noordoostpolder omstreeks 1960, met het gebouw De Vrije Vlucht (rechts)

De rotorproefstand einde jaren ‘50.

Paneel 5 - De rotorproefstand einde jaren ‘50

Het nieuwe gebouw 'De Vrije Vlucht'.

Paneel 5 - Het nieuwe gebouw 'De Vrije Vlucht'

De landbouwschuur voor de beproeving van constructies en materialen.

Paneel 5 - De landbouwschuur voor de beproeving van constructies en materialen

De huidige situatie NLR Noordoostpolder.

Paneel 5 - De huidige situatie NLR Noordoostpolder

Het gebouw en de meetwagen op Texel.

Paneel 5 - Het gebouw en de meetwagen op Texel

Lanceerwagen voor raketten.

Paneel 5 - Lanceerwagen voor raketten

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 6 - Algemeen Directeuren van RSL/NLL/NLR

Dr. Ir . E.B. Wolff (1918–1940).

Paneel 6 - Dr. Ir . E.B. Wolff (1918–1940)

Ir. C. Koning (1940–1952).

Paneel 6 - Ir. C. Koning (1940–1952)

Prof. Dr. C. Zwikker (1952–1956).

Paneel 6 - Prof. Dr. C. Zwikker (1952–1956)

Ir. A.J. Marx (1956–1976).

Paneel 6 - Ir. A.J. Marx (1956–1976)

Prof. Ir. J.A. van der Bliek (1976–1988).

Paneel 6 - Prof. Ir. J.A. van der Bliek (1976–1988)

Dr. Ir. B.M. Spee (1988–2003).

Paneel 6 - Dr. Ir. B.M. Spee (1988–2003)

Ir F. Holwerda (2003 – 2005).

Paneel 6 - Ir F. Holwerda (2003 – 2005)

Prof. Ir. F.J. Abbink (2005–2010).

Paneel 6 - Prof. Ir. F.J. Abbink (2005–2010)

Ir. M.A.G. Peters (2010–....).

Paneel 6 - Ir. M.A.G. Peters (2010–....)

Leiding RSL voor Eiffeltunnel, v.l.n.r.:
Ir. L.J.G. van Ewijk,
Ir. C. Kuipers,
Dr.Ir. E.B. Wolff,
Dr. Ir. H.J. van der Maas,
Ir. A.G. von Baumhauer,
Ir. C. Koning.

Paneel 6 - Leiding RSL voor Eiffeltunnel v.l.n.r. Ir. L.J.G. van Ewijk, Ir. C. Kuipers, Dr.Ir. E.B. Wolff, Dr. Ir. H.J. van der Maas, Ir. A.G. von Baumhauer, Ir. C. Koning

V.l.n.r.:
Ir. J.A. van der Bliek,
Ir. A.J. Marx,
J.A. Verberne,
Dr.Ir. B.M. Spee.

Paneel 6 - V.l.n.r. Ir. J.A. van der Bliek, Ir. A.J. Marx, J.A. Verberne, Dr.Ir. B.M. Spee

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 7 - Bestuur van de Stichting NLL/NLR

Het Bestuur van het NLR en de Directie bij de viering van het 50-jarig bestaan in 1969.

Paneel 7 - Het Bestuur van het NLR en de Directie bij de viering van het 50-jarig bestaan in 1969

Ir. J. Blackstone (1937–1950).

Paneel 7 - Ir. J. Blackstone (1937–1950)

Prof. Dr. Ir. J.H. van der Maas (1950–1971).

Paneel 7 - Prof. Dr. Ir. J.H. van der Maas (1950–1971)

Prof. Dr. Ir. O.H. Gerlach (1971–1991).

Paneel 7 - Prof. Dr. Ir. O.H. Gerlach (1971–1991)

Hr. J. van Houwelingen (1991–2005).

Paneel 7 - Hr. J. van Houwelingen (1991–2005)

Drs. A. Kraaijeveld (2005–....).

Paneel 7 - Drs. A. Kraaijeveld (2005–....)

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 8 - De medewerkers van RSL/NLL/NLR

RSL-medewerkers in de hal van het RSL-gebouw, 13-2-1939:
v.l.n.r.: 
Han Buttstedt,
Jet Petroldt,
Tine v.d. Hart,
Bé Wenting.

Paneel 8 - RSL-medewerkers in de hal van het RSL-gebouw  v.l.n.r. Han Buttstedt, Jet Petroldt, Tine v.d. Hart, Bé Wenting,  13-2-1939

Viering van het 40-jarig jubileum van de heer P. Drent in 1959. Hij was een van de eerste werknemers van de RSL.

Paneel 8 - Viering van het 40-jarig jubileum van de heer P. Drent in 1959. Hij was een van de eerste werknemers van de RSL

Schaatsen op het ijs achter het RSL-gebouw (winter 1940).

Paneel 8 - Schaatsen op het ijs achter het RSL-gebouw (winter 1940)

Schaatsen op het ijs achter het RSL-gebouw (winter 1940).

Paneel 8 - Schaatsen op het ijs achter het RSL-gebouw (winter 1940)

Het voltallige personeel van de RSL in 1929.

Paneel 8 - Het voltallige personeel van de RSL in 1929

Uitrusten voor het RSL-gebouw: Dr.Ir. H.J. van der Maas (links), Ir. A.G. von Baumhauer en Ir. C. Koning (rechts).

Paneel 8 - Uitrusten voor het RSL-gebouw, Dr.Ir. H.J. van der Maas (links), en Ir. A.G. von Baumhauer en Ir. C. Koning (rechts)

Viering van het 25-jarig jubileum van de heer M. Pinke in 1943. Hij was een van de eerste werknemers van de RSL.

Paneel 8 - Viering van het 25-jarig jubileum van de heer M. Pinke in 1943. Hij was een van de eerste werknemers van de RSL

Het voltallige personeel van de RSL in 1936.

Paneel 8 - Het voltallige personeel van de RSL in 1936

Het Siebel laboratoriumvliegtuig met Prins Bernhard (2e links) en I. de Boer (2e rechts), omstreeks 1948.

Paneel 8 - Het Siebel laboratoriumvliegtuig met Prins Bernhard (2e links) en I. de Boer (2e rechts), omstreeks 1948

De zogenaamde rekenmeisjes die met eenvoudige rekenmachines berekeningen uitvoerden (1945-1955).

Paneel 8 - De zogenaamde rekenmeisjes die met eenvoudige rekenmachines berekeningen uitvoerden (1945-1955)

Personeelsterkte.

Paneel 8 - Personeelsterkte

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum


Paneel 9 - Personeel van NLL/NLR

Bestuursleden, directie en personeel van het NLL in 1959.

Paneel 9 - Bestuursleden, directie en personeel van het NLL in 1959

Een klein deel van het personeel van het NLR in 1982.

Paneel 9 - Een klein deel van het personeel van het NLR in 1982

Personeelsleden van het NLL vóór een rondvlucht boven Noord-Holland (1939).

Paneel 9 - Personeelsleden van het NLL vóór een rondvlucht boven Noord-Holland (1939)

Medewerkers van de hoofdafdeling Constructies en Materialen, in 1984 voor het S-gebouw in de NOP.

Paneel 9 - Medewerkers van de hoofdafdeling Constructies en Materialen, in 1984 voor het S-gebouw in de NOP

Naar index | Terug naar Museale Collectie: Expositie NLR Museum

Webdesign Martin